La historieta que transcric a continuació és la que vaig llegir ahir, i que ha contribuït a augmentar una mica més el meu vocabulari i a no avorrir-me tant usant el transport públic (i.e, el tren). Està treta de http://home.unilang.org/, i copiada amb tota la legalitat del món
.
Som-hi doncs, allà va.
Waar is Jan?
Dit is een simpel verhaaltje voor kinderen, maar erg geschikt voor beginners die net met het leren van de taal zijn begonnen.Jan en Marie zijn in de tuin.
Het weer is mooi vandaag, het is erg warm.
Maar gisteren was het erg koud! Ze konden toen niet buiten spelen.
Jan en Marie vinden het leuk om te spelen, ze spelen altijd samen in de voortuin van het grote huis.
Jan is een kleine jongen en is zes jaar oud.
Jan heeft een klein hondje. De hond is nu ook in de tuin.
De hond vindt het leuk om met de twee kinderen te spelen. De hond is nu erg blij.
Heeft Marie ook een hond?
Nee, Marie heeft geen hond, zij heeft een kat.
Maar de kat is in het huis, de kat slaapt.
Hun moeder is binnen in het huis met de kat, ze kijkt door het raam en ziet Jan en Marie spelen.
Jan rent snel naar een grote oude boom, hij verstopt zich voor Marie. Weet je waarom?
Marie zit en heeft haar handen voor haar ogen.
Ze ziet niks en ze telt.
Waarom doet ze dat?
Het is een spel!
Als Marie klaar is met tellen, kijkt ze rond.
Ze zoekt Jan: waar is hij naartoe?
Heb je heb hem gezien?
Marie weet niet waar Jan is.
Ze vraagt de hond: “Heb je Jan gezien?”.
Maar de hond kan natuurlijk niet praten!
Dus Marie krijgt geen antwoord als ze tegen honden praten!
Marie kijkt naar haar moeder achter het raam, moeder lacht.
Marie denkt dat ze heeft gezien waar Jan naartoe ging:
“Zeg me waar hij is!”, zegt ze tegen haar moeder.
“Nee Marie, ik kan niet zeggen!”, antwoordt ze.
Hoewel ze waarschijnlijk wel weet waar hij is, wil ze het niet vertellen.
Marie loopt langzaam door de tuin.
Ze probeert Jan nog steeds te vinden.
Ze kijkt onder de tafel en onder de stoelen, maar Jan is daar niet.
Ze zoekt overal maar kan Jan niet vinden.
Dan hoort ze een geluid, het komt van achter de grote oude boom.
Zou dat Jan kunnen zijn?
Daar is het geluid weer!
Ze luistert aandachtig.
Het is geen vogel of een ander dier.
Ze hoort het nu goed.
Het moet Jan wel zijn!
Dan ziet ze ook een kleine hand en als ze dichterbij loopt ziet ze ook zijn hoofd!
Ze lach en zegt: “Ik heb je gevonden!”
Ze zijn allebei blij en gaan naar het huis,
het is tijd om te eten en wat water te drinken.
I seguidament… un petit (juas xD) vocabulari casolà (també confeccionat al viatge en tren, fent servir el súper-diccionari que tinc
). Les cursives representen anades d’olla (“material extra”) que anava buscant (encara que no totes tinguin a veure xD) mentrestant.
toen – aleshores, en aquell moment, quan (referit al passar) ["then", en anglès]
verstoppen – amagar; tapar, obstruir
verstoppertje spelen – jugar al “escondite” (a fet i amagar)
voor – a davant, a favor de; davant de, abans de, per a (a favor de), (en lloc de)
niks – res
niksen – “no dar ni golpe” (no moure ni un dit)
tel – compta; instant, “santiamén”
klaar – clar; llest, acabat (a punt).
klaar zijn: haver acabat, estar apunt
klaarblijkelijk – òbviament, “por lo visto”
klaarkomen - acabar, (org. córre’s)*
klaarmaken – preparar, arreglar
klaarspelen – arreglar-se-les
klaarstaan – estar disposat
klaarwakker – molt despert
krijgen – rebre, agafar
hoewel – encara que
waarschijnlijk – probable, probablement
waarschijnlijkheid – probabilitat
steeds – sempre, cada vegada.
nog steeds – encara
nog – encara (“still”)
nogal – bastant
nogmaals - altre cop
stoel – cadira, butaca
overal – per tot arreu
geluid – soroll
weer – de nou, altre cop; temps (meteorològic)
aandacht – atenció
alle – tot, tots
allebei – tots dos, ambdós
alledaags – diari, qüotidià
wat – què?; el què (pronom relatiu); alguna cosa (“algo”); una mica.
*no ho he buscat expressament, ha aparegut davant dels meus ulls xDDDD
